|
Nieuws
Als er nieuws
is van ons voor onze bezoekers dan plaatsen we dat hier.
Digitale foto
Als er bij
jouw gedicht een zelfgemaakt teken- of schilderwerk past of een werk
dat door een ander is gemaakt dan is het mogelijk dit werkstuk als
digitale foto mee te sturen.
Graag
aanvullende informatie over dit werkstuk (en eventueel de maker) meesturen
Plaatsing
Het kan tot
een week duren voordat je gedicht wordt geplaatst omdat de site
volledig wordt beheerd door vrijwilligers die éénenander
na hun werktijd moeten realiseren.
De beheerder
heeft ten alle tijde het recht om gedichten te weigeren voor plaatsing.
Mocht dit jou
overkomen dan wordt je hierover met redenen omkleed geïnformeerd.
Mini-Site
Wil je meer
dan één gedicht plaatsen dan is dit mogelijk.
Je krijgt dan
een eigen "mini-site " waarop maximaal zes gedichten kunnen
worden geplaatst.
Op een
mini-site wordt op verzoek een waarderingsinstrument geplaatst zodat
bezoekers snel en eenvoudig het gedicht kunnen "scoren ".
Als je wilt
kan er zelfs nog een eigen Frisselgrien e-mail adres aan worden
toegevoegd zodat bezoekers rechtstreeks met jou kunnen communiceren. |
|
|
1. Rijmsoorten
In het
algemeen kunnen we rijm defineren als een opvallende
overeenkomst in klank
tussen twee woorden. Afhankelijk van de 'grootte' van de overeenkomst
spreken we van heel, half of dubbel rijm. We kunnen de volgende
rijmsoorten onderscheiden:
Assonantie. Ook
wel klinkerrijm genoemd. In deze vorm bevatten de rijmwoorden
identieke klinker, bijvoorbeeld drank
en ramp.
Assonantie wordt vaak gebruikt om de 'sfeer te versterken',
aangezien de klanken van klinkers een bepaalde 'gevoelswaarde' met
zich mee kunnen dragen.
Alliteratie.
Ook
wel stafrijm of beginrijm genoemd. Bij dit rijmtype berust de
overeenkomst op de eerste letter(s), bijvoorbeeld 'de dronke
drugsdealer'.
Alliteratie wordt vaak gebruikt om een rijmzin 'lekker te laten
rollen' (het
sluwe slaafje sloeg de slome slager);
alliteratie is veel voorkomend in (reclame)slogans (Heerlijk
Helder
Heineken)
Acconsonantie.
Bij
deze vorm berust de rijm op de slotmedeklinkers van lettergrepen,
bijvoorbeeld wand
en hond.
Deze rijmvorm wordt in de Nederlandse poezie niet zoveel gebruikt.
Pararijm. Dit
rijmtype is een combinatie van alliteratie en acconsonantie,
bijvoorbeeld rook
en raak.
Net als acconsonantie is pararijm vrij zeldzaam in onze taal.
Rijk rijm. Deze
rijmvorm is gebaseerd op volledige gelijkheid van de beklemtoonde
lettergrepen, bijvoorbeeld voldaan
en ontdaan.
Deze rijmvorm is niet zo populair door zijn 'saaiheid'.
Assonantie en
acconsonant zijn vormen van halfrijm.
Combineren van de twee leidt tot volrijm
; volrijm is de meest gebruikte dichtvorm in het Nederlands.
We spreken van zuiver
volrijm
als aan de volgende vier voorwaarden is voldaan:
- gelijkheid
van de klinkers in de laatste beklemtoonde lettergreep
- gelijkheid
van alle klanken volgend op de laatste beklemtoonde lettergreep
- verschil in
de medeklinkers voorafgaand aan de laatste beklemtoonde lettergreep
-
vergelijkbare klemtoonstructuur
(Sinterklaas
en pieterbaas
voldoet aan de vier voorwaarden van volrijm)
We spreken van mannelijk
rijm
als de laatste beklemtoonde lettergreep tevens de laatste lettergreep
van het woord is (drank
en stank),
van vrouwelijk
rijm
als er nog een lettergreep volgt na de laatste beklemtoonde
lettergreep (drinken
en klinken)
en van onzijdig
rijm
als er nog twee onbeklemtoonde lettergrepen volgen (treuzelen
en peuzelen).
Wanneer
samengestelde woorden worden gebruikt, waarbij de klemtoon op het
eerste woord valt, spreken we van schrikkelrijm
(bijvoorbeeld: slagader
/ dader). Deze rijm combinatie is dan ook niet correct.
Schrikkelwoorden rijmen onderling wel vaak, met name als de eerste
woorden ook op elkaar lijken; dan is er sprake van dubbelrijm
(bijvoorbeeld: meedragen
en veewagen).
Overige niet
correcte rijmvormen die men nog wel eens tegen komt zijn: bastaardrijm (fair
en ster),
schijnrijm (poes
en roest),
oogrijm
(zij staat
er,
en drinkt water).
Verder wordt er nog wel eens aan 'rijmkracht' ingeleverd door
gebruik van rijmwoorden die te veel overeenstemmen in betekenis zoals olijk/vrolijk
en weifelen/twijfelen;
men spreekt dan van slap
volrijm.
2. Metrum
Om een gedicht
goed te laten klinken, wordt er vaak gebruik gemaakt van metrum: de
cadans die onstaat door regelmatige afwisseling van beklemtoonde en
onbeklemtoonde lettergrepen. Zo'n combinatie van beklemtoonde en
onbeklemtoonde lettergrepen heet een versvoet. (we zullen hieronder
beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen aangeven met de symbolen
+ en - respectievelijk) De meest voorkomende meterische patronen zijn: |
|
|
jambe
+- +- +- +-
trochee
-+ -+ -+ -+
dactylus
-++ -++ -++ -++
amfibrachys
+-+ +-+ +-+ +-+
anapest
++- ++- ++- ++-
De jambe is
een soepel metrum dat veel variatie en grote regellengte toelaat. De
trochee laat minder variatie toe, maar maakt een snellere indruk.
Versregels die in driedelig metrum zijn geschreven (zoals dactylus,
amfibrachys en anapest) hebben vaak een hoger tempo en de cadans is
duidelijker hoorbaar dan bij de tweedelige versvoeten.
3. Rijmschema's
Als rijmregels
aaneen worden geregen tot coupletten en gedichten, wordt er meestal
gebruik gemaakt van een rijmschema. Zo'n rijmschema bepaald het
dichtpatroon waarin regels elkaar opvolgen. Veel voorkomende
rijmschema's zijn:
gepaard rijm:
AABBCC..
gekruist rijm:
ABAB..
omarmend rijm:
ABBA..
gebroken rijm:
ABCB..
verspringend
rijm:
ABCABC..
slagrijm:
AAA..
Een van de
bekendste rijmschema's is het AABBA schema van de limmerick:
A: twee nonnen
uit Monte Video
A: Die ruilden
hun Alfa Romeo
B: Laatst in
voor een Daf
B: en rijden
nu maf
A: als
promotie-team voor de EO
4. Versvormen
Men kan de
verschillende rijmschema's, maatsoorten, regellengtes en versformaten
op vele manieren combineren. In de loop van de eeuwen zijn echter een
aantal vaste combinaties of versvormen
terug te vinden. Hier volgt een korte opsomming:
Distichon
Een tweeregelig gedicht met rijmschema AA
Terza rima
Gedicht met drieregelige coupletten, verbonden door middel van schakelrijm:
ABA BCB CDC. Het metrum is jambisch met vijf versvoeten per regel.
Kwatrijn
Een gedicht betaand uit coupletten van vier regels. Wanneer het
gebruikte rijmschema AABA is, spreekt men van het Perzische kwatrijn.
Kwintijn
Een gedicht bestaand uit vijf regels.
Limmerick
Een populaire vijfregelige versvorm van het type AABBA. De eisen aan
een goed lopende limmerick zijn nogal hoog: de rijm dient zuiver te
zijn, qua inhoud dient de laatste zin verrassend te zijn of een clou
te bevatten en het metrum van een limmerick let nogal nauw:
(+)(+)- ++-
++- (+)(+)
(+)(+)- ++-
++- (+)(+)
(+)(+)- ++- -(+)(+)
(+)(+)- ++- -(+)(+)
(+)(+)- ++-
++- (+)(+)
De
lettergrepen tussen haakjes zijn facultatief. Meestal heeft de
limmerick een humoristische of schuine inhoud (sex in alle soorten is
een zeer populair onderwerp).
Rondeel
Een versvorm waarbij bepaalde versregels diverse malen worden
herhaald. Meestal bestaan ze uit vier- of vijfvoetige jamben.
Varianten zijn het triolet, het rondelet en de rondeau.
Sonnet
Een veertienregelige dichtvorm, bestaand uit twee kwatrijnen (samen
het octaaf) gevolgd door twee terzetten (samen het sextet). Het
metrum is tweedelig (meestal jambe) en de versregels kunnen drie tot
zeven versvoeten tellen. Tussen het octaaf en het sextet hoor een
wending of volta
te zitten. Een goed sonnet is zeer klankrijk (waaraan het zijn naam
te danken heeft).
Onafhankelijk
van de versvorm bevatten sommige gedichten een Acrostichon.
Dit houdt in dat de beginletters van de versregels samen een woord
of een naam vormen.
(BRON: Jaap
Bakker's Nederlands
rijmwoordenboek,
Ooievaar Pockethouse) |
|