|
gedicht van
A. van der Heiden
|
Freya's
lied
Ik
ben de grote Moeder, aanbeden door alle schepselen
en
zij die het werden bij haren gewaar wording
ik
ben de vrouwelijke oerkrachten en eeuwig
Ik
ben de Grote Godin van de maan, de vrouw van alle magie.
De
wind en de ruisende bladeren zingen Mijn naam
Op
mijn voorhoofd draag ik de rimpel der wijsheid.
en
mijn voetenrusten in ster bezaaide hemels
Ik
ben het brein van alle Mysteries.
Deze
weg teder en zacht te betreden
Schep
vreugde in mij en ken de rijkdom van de
jongheid
en mijn jeugd
Ik
ben de gezegende Moeder, de sierlijke vrouwe van rispinge
ik
ben gekleed in het koele wonder van de aarde en het gouden kleed van
wuivende goud op het veld.
Ik
ben de oorsprong en de hoedster van het tij op aarde.
Al
wat groeit komt tot mij in bloei in mijn jaargetijde.
Ik
ben de bescherming en de beterschap
Ik
ben diegene die het leven geeft onmetelijke sterkend vruchtbaar
Aanbid
mij als een oude wijze vrouw weefster van de cyclus van dood en
wedergeboorte.
Ik
ben het wiel, schaduw van de maan
Ik
ben de oorsprong en de hoedster van het levenstij van man en vrouw.
Ik
geef verkwikking en bevrijding aan rusteloze zielen.
Weet
dat de duisternis van de dood mijn gebied is, maar ook de blijdschap
van de geboorte
Ik
ben de Godin van de maan, de aarde en de zeeën
Mijn
namen en krachten zijn groot in aantal.
Ik
ben een bron van kracht en magie, vrede en wijsheid.
Ik
ben de aarde, de eeuwige jonge vrouw
De
moeder van het alles omvattende
En
de oude wijze vrouw van de duisternis.
Ik
schenk jullie Mijn zegeningen
van
mijn oneindige liefde |
|